Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 6 december 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:20712Zaaknummer NL22.5308

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
11 december 2024
Zaaknummer
NL22.5308
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

bnt, pkv.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.5308

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 29 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 september 20121.

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.

Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van

proceskosten.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en

8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als

een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de

indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de

indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit

is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door

hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit te nemen.

Het verzoek is kennelijk gegrond.

3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten.

Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de

door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 bestaande uit een

punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en

vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de

wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig

nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan op 6 december 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.