Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 januari 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:206Zaaknummer NL24.14

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 januari 2024
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
NL24.14
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

bewaring; vervolgberoep; geen gronden; ambtshalve toets

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Vruwink-Eertink, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] v-nummer: [nummer] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.14

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 januari 2024 in de zaak tussen

[eiser] v-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. C.Z.A.M. Skanderova),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. De staatssecretaris heeft op 10 november 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

1.1.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

1.2.

De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

1.3.

Eiser heeft hierop gereageerd.

1.4.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 4 januari 2024 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting zal worden behandeld.[_820f9ae8-f693-4975-bc3f-589f5eef3dbe]

Beoordeling

2. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn.

3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 of bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

4. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en deze zittingsplaats van 23 november 2023 in de zaak NL23.33943 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek (op 16 november 2023) dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of sinds 16 november 2023 het voortduren van de maatregel van bewaring rechtmatig is.

5. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft ingediend tegen het voortduren van de maatregel van bewaring.

6. De rechtbank ziet ambtshalve[_1a1ddd49-b0e5-4fcb-b084-fc53c38721e5] geen aanleiding voor het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring, bij afweging van alle daarbij betrokken belangen, op dit moment niet langer rechtmatig kan worden geacht.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Vruwink-Eertink, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.