Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 16 mei 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:15390Zaaknummer NL24.6099

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 mei 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
NL24.6099
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bezwaar tegen weigering visum kort verblijf, PKV verzoek, geen bezwaar, proceskosten vergoed, griffierecht vergoed.

De rechtbank:

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,00 aan verzoekster moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van I. Abdilahi, griffier.

3 Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 mei 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Documentcode: [documentcode]
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.6099

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R. Hijma), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft op 15 april 2024 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.¹

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.²

3. Verzoekster heeft op 16 februari 2024 beroep ingesteld, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaarschrift tegen de weigering om een visum voor kort verblijf te verlenen. Bij besluit van 27 februari 2024 heeft verweerder alsnog een visum verleend aan verzoekster. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.

5. Omdat verweerder pas nadat verzoekster in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in

1. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Op grond van artikel 8:75 en 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

te dienen.

6. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op

€ 437,50. (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden.

Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen.³ Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,00 aan verzoekster moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van I. Abdilahi, griffier.

3 Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 mei 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.