Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 4 september 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:13720Zaaknummer 24_4840
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 4 september 2024
- Publicatiedatum
- 18 september 2024
- Zaaknummer
- 24_4840
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Inzage persoonsgegevens
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken op het verzoek;
- stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op € 1.442,-;
- bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
€ 15.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eisers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
4 september 2024.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/4840
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2024 in de zaak tussen
[eiser 1], [eiser 2] en [eiseres], te [woonplaats], eisers,
en
het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie, verweerder.
Procesverloop
Eisers hebben op 8 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op het verzoek van 23 januari 2024 betreffende inzage in de eigen persoonsgegevens op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg).
Verweerder is bij brief van 3 juni 2024 verzocht gedingstukken en een verweerschrift in te dienen. Hier heeft verweerder bij brief van 17 juni 2024 op gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.[_e13936e9-48ec-4470-b91f-29246750ba58] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.[_881b6897-4e7a-4fb1-a310-8a28cbf67dbb]
3. Vast staat dat de termijn waarbinnen op het verzoek diende te worden beslist, is verstreken. Eisers hebben verweerder bij brief van 6 april 2024 in gebreke gesteld en meer dan twee weken daarna beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun verzoek. Niet gebleken is dat verweerder alsnog heeft beslist op het bezwaar.
4. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.
5. Verweerder is een maximale bestuurlijke dwangsom van € 1442,- verschuldigd.[_eaa99abd-7b4c-4268-80d7-e18ffa5d849c]
6. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen op het verzoek van eisers, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.[_e193fdd2-e5a0-4c4b-9489-fb15e99a94b7]
7. Verweerder moet een rechterlijke dwangsom van € 100,- betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde beslistermijn overschrijdt[_2bc12bba-ddc2-4d7c-ab81-0d6b1f70e18b]. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
8. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
9. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken op het verzoek;
- stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op € 1.442,-;
- bepaalt dat verweerder aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
€ 15.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eisers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van
F.J.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
4 september 2024.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10406 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10403 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16719 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14665 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14666 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15451 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6698 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
- ECLI:NL:RVS:2019:1141 http://psi.rechtspraak.nl/terugverwijzing
- ECLI:NL:RBDHA:2017:16754 http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2026:6001 Raad van State, 13 oktober 2026 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10403 Rechtbank Den Haag, 15 mei 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:10406 Rechtbank Den Haag, 15 mei 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16719 Rechtbank Den Haag, 11 oktober 2023 (civiel recht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14665 Rechtbank Den Haag, 21 juli 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14666 Rechtbank Den Haag, 6 juni 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15451 Rechtbank Den Haag, 24 november 2021 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6698 Rechtbank Den Haag, 21 mei 2021 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:1141 Raad van State, 10 april 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2017:16754 Rechtbank Den Haag, 21 december 2017 (bestuursrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.