Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 1 februari 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:1313Zaaknummer NL23.14582

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
1 februari 2024
Publicatiedatum
7 februari 2024
Zaaknummer
NL23.14582
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

BNT, niet tijdig beslissen, asiel, beroep tegen inwilligend besluit, procesbelang, gunstigere positie, WBV 2022/22, geen proceskostenveroordeling.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam], eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.14582

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 15 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 14 juli 2022.

Bij besluit van 22 september 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.

Eiser heeft desgevraagd zijn beroep gehandhaafd en beroepsgronden ingediend tegen het inwilligend besluit.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb[_ad10876a-fdb1-4ac9-b630-f064ade41a80] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep tegen het niet-tijdig nemen van een besluit is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

2. Eiser is het niet eens met het inwilligend besluit van 22 september 2023. Hij stelt dat aan hem een asielvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw[_afe3ab85-a1a7-4979-879e-5ee9d8ba0a9b] (de a-grond) dient te worden verleend.

3. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan eiser een asielvergunning heeft verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw (de b-grond). Het is vaste rechtspraak dat een vreemdeling procesbelang heeft als hij met de door hem gewenste asielvergunning in een gunstigere positie komt.[_e1ad5603-fc33-4fe8-85bf-69d0d515b06f] Het is ook vaste rechtspraak dat daarvan geen sprake is als een vreemdeling aan wie een asielvergunning is verleend op de b-grond, zoals eiser, doorprocedeert voor een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw (de a-grond).[_dd592001-31c3-4a84-b96d-dc84fc829d22] In zoverre ontbreekt ook procesbelang ten aanzien van het beroep tegen het inwilligend besluit. Het beroep tegen het besluit van 22 september 2023 is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

4. Eiser heeft op 14 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eiser op 14 januari 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22[_2c7d0bfb-a062-4dc4-9500-8517aaef182c] de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 14 oktober 2023 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023[_5d616e23-1637-4ea2-9aad-9ff95c9f6298] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dit betekent dat op het moment van de ingebrekestelling, die bij verweerder is ingediend op 12 april 2023, de beslistermijn nog niet was verstreken. Deze ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Aan de vereisten van artikel 6:12 van de Awb is niet voldaan. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.