Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 19 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:13102Zaaknummer NL23.35001
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2024
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2024
- Zaaknummer
- NL23.35001
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geen verzet tegen toewijzing van verzoek om een voorlopige voorziening, verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, veroordeling proceskosten en griffierecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35001
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. H. Uzumcu),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker hangende bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter bericht zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek.
Beide partijen hebben toestemming verleend om de zaak buiten zitting af te doen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij brief van 14 maart 2024 heeft verweerder aangegeven dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker vooralsnog behoort te worden afgezien, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijke gegrond toe te wijzen en verweerder te verbieden verzoeker uit te zetten, totdat op het bezwaarschrift is beslist.
3. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Verweerder moet ook het griffierecht vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.