Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 31 juli 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:12331Zaaknummer NL24.27165

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
7 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.27165
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Asiel; Dublin, Duitsland, mondelinge uitspraak, geen beroepsgronden ingediend, niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. In deze zaak beoordeelt de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep niet-ontvankelijk is.

2. Een persoon die beroep instelt moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden.[_57f31607-6c09-4923-87ed-9f0bf701ac40] Als dit wordt nagelaten kan de rechtbank – na een herstelmogelijkheid te bieden – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.[_a4a5347d-6a96-4b80-a9dd-d20dee85bdaa]

3. Het beroepschrift van 4 juli 2024 bevat geen gronden van beroep. Eiser is bij bericht van 5 juli 2024 gewezen op dit verzuim en is in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 12 juli 2024 de gronden in te dienen. Op verzoek van eiser heeft de rechtbank vervolgens uitstel verleend tot en met 19 juli 2024. Daarbij is eiser medegedeeld dat de rechter het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het verzuim niet tijdig herstelt. Eiser heeft ook nadien geen gronden van beroep ingediend. Gemachtigde heeft aangegeven geen contact te kunnen krijgen met eiser. Hierin ziet de rechtbank echter geen verschoonbare reden.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen gronden van beroep heeft ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2024 door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], v-nummer: [nummer], eiser
  2. De zitting
  3. Beslissing
  4. Beoordeling door de rechtbank

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.27165

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2024 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. S. Selbach),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. T. Stelpstra).

De zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 4 juli 2024, samen met de zaak NL24.27166, op 31 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.

Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk op de zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. In deze zaak beoordeelt de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep niet-ontvankelijk is.

2. Een persoon die beroep instelt moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden.[_57f31607-6c09-4923-87ed-9f0bf701ac40] Als dit wordt nagelaten kan de rechtbank – na een herstelmogelijkheid te bieden – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.[_a4a5347d-6a96-4b80-a9dd-d20dee85bdaa]

3. Het beroepschrift van 4 juli 2024 bevat geen gronden van beroep. Eiser is bij bericht van 5 juli 2024 gewezen op dit verzuim en is in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 12 juli 2024 de gronden in te dienen. Op verzoek van eiser heeft de rechtbank vervolgens uitstel verleend tot en met 19 juli 2024. Daarbij is eiser medegedeeld dat de rechter het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het verzuim niet tijdig herstelt. Eiser heeft ook nadien geen gronden van beroep ingediend. Gemachtigde heeft aangegeven geen contact te kunnen krijgen met eiser. Hierin ziet de rechtbank echter geen verschoonbare reden.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen gronden van beroep heeft ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2024 door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.