Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Rechtbank Den Haag, 7 februari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:1205Zaaknummer 24/48
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 februari 2024
- Publicatiedatum
- 14 februari 2024
- Zaaknummer
- 24/48
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
pkv verzoek na intrekking vovo toegewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt het college tot betaling van € 875,- wegens proceskosten aan verzoeker;- gelast dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/48
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. A. Cav),
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
(gemachtigde: mr. P. Siemerink).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om voorlopige voorziening met betrekking tot het besluit van het college van 26 september 2023. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 26 september 2023 waarbij zijn bijstandsuitkering is ingetrokken per 1 september 2023.
Het verzoek is ingetrokken omdat het college op 18 januari 2024 het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering heeft laten vervallen en bij afzonderlijk besluit van eveneens 18 januari 2024 het besluit van 12 september 2023, inhoudende opschorting van de bijstandsuitkering vanaf 1 september 2023, ook heeft laten vervallen.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat hij een veroordeling in de proceskosten niet onredelijk acht nu is teruggekomen op een eerder ingenomen standpunt.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_b33c8eb3-3155-444e-bb93-db8f94c4c729]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_508fc04e-47ed-4ad2-adba-49b05c0936b5]
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.[_0f4d2230-e4c3-44a5-ad3a-4ce40c3160a8]
Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. Het college is met het besluit van 18 januari 2024 aan verzoeker tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.[_0f029555-d3ab-4cdb-a34b-47f891ad3060] Verzoeker heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.[_a02e1492-01e3-43f7-8f4f-506f78ca6753] Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het college met de intrekking van het besluit van 26 september 2023 aan het verzoek van verzoeker is tegemoetgekomen. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.
Welke kosten dient het college te vergoeden?
5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 875,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 875,- bedragen.
Conclusie en gevolgen
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. Aangezien het college de aangevochten besluiten heeft laten vervallen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht moet vergoeden. [_97cc51fa-1b1c-4745-affc-b0201f305b44]
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt het college tot betaling van € 875,- wegens proceskosten aan verzoeker;- gelast dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2024.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.