Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 juli 2024

ECLI:NL:RBDHA:2024:11916Zaaknummer AWB216115

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 juli 2024
Publicatiedatum
1 augustus 2024
Zaaknummer
AWB216115
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

OV-maatregel ingetrokken door verweerder, geen belang bij beoordeling beroep, kennelijk niet-ontvankelijk.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/6115

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,V-nummer: [V-nummer],

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder.

Inleiding

Bij besluit van 25 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een maatregel op grond van het Reglement onthoudingen en verstrekkingen (ROV)[_54c7891d-ca4e-4447-a287-47ff85cb036f] opgelegd, inhoudende dat eenmalig een bedrag van €12,95 op de financiële toelage van eiser wordt ingehouden, omdat hij zich niet heeft gehouden aan zijn meldplicht.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Uit de brief van verweerder van 3 januari 2022 blijkt dat de ROV-maatregel op 19 oktober 2021 is ingetrokken en dat eiser een terugbetaling heeft ontvangen. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep.

2. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Omdat eiser is vrijgesteld van het betalen van griffierecht, bestaat er geen aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht dient te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 15 juli 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.