Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 27 januari 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:967Zaaknummer NL22.23418 en NL22.23640

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27 januari 2023
Publicatiedatum
2 februari 2023
Zaaknummer
NL22.23418 en NL22.23640
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

plak vovo, afwijzing

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR24324828

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Documentcode: DSR24324828
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht

zaaknummers: NL22.23418 en NL22.23640

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker

v-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos), en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 november 2022 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het bestreden besluit is tevens een overdrachtsbesluit.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op 18 november 2022 heeft verweerder het bestreden besluit 1 ingetrokken en een nieuw besluit aan verzoeker bekendgemaakt (het bestreden besluit 2), waarbij andermaal is besloten om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen en om hem over te dragen aan Italië.

Tegen het bestreden besluit 2 heeft verzoeker afzonderlijk beroep ingesteld (NL22.23639) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (NL22.23640).

De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van beide verzoeken om voorlopige voorziening bepaald dat het onderzoek ter zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb1 achterwege blijft.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 12 januari 2023 heeft de rechtbank de beroepen (NL22.23417 en NL22.23639) waarop beide verzoeken om voorlopige voorziening betrekking hebben, ongegrond verklaard. Om die reden worden de verzoeken afgewezen.

1. Algemene wet bestuursrecht.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR24324828

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.