Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 2 februari 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:861Zaaknummer 22/396

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 februari 2023
Publicatiedatum
16 februari 2023
Zaaknummer
22/396
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiser heeft verzocht zijn persoonsgegevens in te zien; verweerder heeft dit verzoek terecht afgewezen ter bescherming van de nationale veiligheid; geen strijd met onschuldpresumptie; geen ruimte voor belangenafweging; beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Janmaat, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 22/396

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. A.J. Horenblas),

en

de Korpschef van Politie

(gemachtigde: drs. A. Krommendijk en drs. E.F.L.H.M. Hezemans).

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om zijn persoonsgegevens in te zien afgewezen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting was op 22 december 2022. Eiser en zijn gemachtigde waren aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Beoordeling

Wat heeft verweerder besloten?

1. Verweerder heeft het verzoek van eiser om zijn persoonsgegevens in te zien afgewezen.[_6f6a8255-b238-4296-b7fd-9f676e1e1184] Verweerder vindt dit noodzakelijk ter bescherming van de nationale veiligheid.[_8b7993d0-1879-48a7-a42d-9d899a946f89]

Wat vindt eiser in beroep?

2. Eiser vindt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de nationale veiligheid in het geding is. Daarnaast is de afwijzing in strijd met de onschuldpresumptie. Tot slot heeft verweerder de betrokken belangen onvoldoende afgewogen.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

3. De rechtbank volgt niet het betoog van verweerder dat het procesbelang van eiser zou zijn vervallen vanwege het feit dat hij sinds 8 juni 2022 niet meer in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd staat. Eiser heeft onverminderd belang bij de beoordeling of verweerder hem rechtmatig inzage in zijn persoonsgegevens heeft geweigerd.

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht de bescherming van de nationale veiligheid aan de afwijzing van het verzoek van eiser ten grondslag heeft gelegd. De rechtbank heeft met toestemming van eiser kennis genomen van de documenten die verweerder vertrouwelijk heeft overgelegd.[_a522ffca-c0ed-4b01-8148-27b1fe050953] Op basis van deze documenten is voldoende aannemelijk dat de afwijzing van het verzoek een noodzakelijke en evenredige maatregel ter bescherming van de nationale veiligheid is.

5. Het bestreden besluit is niet in strijd met de onschuldpresumptie zoals geformuleerd in de door eiser aangehaalde rechtspraak,[_490e6ff7-709e-4f20-a131-6570e643a62c] omdat verweerder met de afwijzing van het verzoek van eiser geen twijfel doet ontstaan over de juistheid van de vrijspraak van eiser in de strafrechtelijke procedure.

6. Artikel 27, eerste lid, van de Wpg laat verweerder geen ruimte om belangen af te wegen. De bescherming van de nationale veiligheid is een dwingend geformuleerde afwijzingsgrond. Verweerder heeft het verzoek van eiser terecht afgewezen.

7. Het beroep is ongegrond. Verweerder hoeft de kosten die eiser heeft gemaakt voor deze procedure niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Janmaat, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.