Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 23 mei 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:7739Zaaknummer AWB 22/5124
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 mei 2023
- Publicatiedatum
- 31 mei 2023
- Zaaknummer
- AWB 22/5124
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Rva verstrekkingen beëindigd omdat aanvraag artikel 64 Vw 2000 is afgewezen.
Beslissing
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
4. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de Rva-verstrekkingen van eiseres terecht beëindigd. Ten tijde in geding behoorde eiseres niet meer tot de categorieën vreemdelingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Rva 2005. Een beroep op artikel 64 van de Vw 2000 maakt dat niet anders. Overigens is er geen sprake van zeer bijzondere omstandigheden die toch een recht op opvang doen ontstaan.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2023 door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier.
| griffier | rechter |
De rechter is buiten staat te tekenen
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/5124
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], uit Den Haag, eiseres
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa)
(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk.).
Procesverloop
1. Het COa heeft bij besluit van 28 juli 2022 de verstrekkingen van eiseres op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) beëindigd. Het COa heeft aan dat besluit ten grondslag gelegd dat de IND bij besluit van 27 juli 2022 de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) heeft afgewezen. Daarom valt eiseres niet onder een van de categorieën van artikel 3, derde lid, van de Rva 2005. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. In deze uitspraak beslist de rechtbank op dat beroep.
2. De rechtbank heeft het beroep op 23 mei 2023 gevoegd met de zaken AWB 22/5125, NL22.25070 en AWB 22/4785 op zitting behandeld. Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beslissing
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
4. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de Rva-verstrekkingen van eiseres terecht beëindigd. Ten tijde in geding behoorde eiseres niet meer tot de categorieën vreemdelingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Rva 2005. Een beroep op artikel 64 van de Vw 2000 maakt dat niet anders. Overigens is er geen sprake van zeer bijzondere omstandigheden die toch een recht op opvang doen ontstaan.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2023 door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier.
| griffier | rechter |
De rechter is buiten staat te tekenen
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.