Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 20 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:7211Zaaknummer NL23.1639
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 april 2023
- Publicatiedatum
- 23 mei 2023
- Zaaknummer
- NL23.1639
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Dublin, plakvovo, geen connexiteit, vovo niet ontvankelijk. Geen mogelijkheid tot toekenning proceskosten
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 april 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.1639
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfi-Kovacs).
Procesverloop
Bij besluit van 18 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL23.1638, op 7 februari 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Salem. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Op 14 februari 2023 heeft verzoeker het beroep met zaaknummer NL23.1638 ingetrokken, omdat volledig is tegemoet gekomen aan zijn beroep. De beroepsprocedure is hiermee geëindigd. Nu er geen beroepsprocedure meer loopt, wordt niet langer voldaan aan het connexiteitsvereiste1. Om die reden is het verzoek om voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Omdat het verzoek niet-ontvankelijk is, komt de voorzieningenrechter niet toe aan de beoordeling van het door verzoeker in het kader van de voorlopige voorziening gedane verzoek om proceskosten. Hierom had verzoeker bij zijn intrekking van het beroep niet verzocht.
1 Artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
20 april 2023
Documentcode: [documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.