Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 18 april 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:5850Zaaknummer NL23.1299

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
24 april 2023
Zaaknummer
NL23.1299
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

besluit niet tijdig, asiel, Dublin-procedure, WBV 2022/22, ingebrekestelling te vroeg ingediend.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam], eiseres
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.1299

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: J. Singh).

Procesverloop

Eiseres heeft op 16 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 27 augustus 2021.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing

van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit

met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het

beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een

besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling

door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. Eiseres heeft op 27 augustus 2021 een asielaanvraag ingediend. Hoewel haar aanvraag in eerste instantie werd behandeld in de Dublin-procedure, heeft verweerder op 5 april 2022 aan eiseres laten weten dat haar aanvraag in de nationale procedure zal worden behandeld omdat zij niet tijdig kon worden overgedragen aan Polen. De wettelijke beslistermijn van verweerder is daarom op grond van artikel 42, zesde lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) op 5 april 2022 aangevangen. De beslistermijn van zes maanden op de aanvraag van eiseres zou zijn geëindigd op 5 oktober 2022.

3. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22[_ee20843e-636f-4c23-a758-0c9a89caea58] de beslistermijn voor asielaanvragen met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden. In het geval van eiseres eindigt de beslistermijn daarom uiterlijk op 5 juli 2023. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 21 maart 2023[_b99a1a7c-7cf5-4130-b53f-646228c18835] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. De verlenging is daarom rechtsgeldig.

4. Tussen eiseres en verweerder bestaat geen overeenstemming over het moment van indiening van de ingebrekestelling. Eiseres toont gedocumenteerd aan dat zij op 31 oktober 2022 verweerder in gebreke heeft gesteld. Verweerder heeft in het verweerschrift gemeld dat de ingebrekestelling op 16 januari 2023 is ontvangen en meent daarom dat het beroep te vroeg is ingediend, nu er geen twee weken waren verstreken nadat eiseres verweerder in gebreke heeft gesteld.

5. Op grond van het voorgaande staat vast dat de beslistermijn nog niet is verstreken, waardoor de ingebrekestelling in elk geval te vroeg is ingediend. De rechtbank hoeft zich daarom niet uit te spreken over de vraag of het beroep naar behoren na verloop van minimaal twee weken na de ingebrekestelling is ingediend.[_c2668647-3016-4a49-9834-c8dab45d9225] Het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een besluit op haar asielaanvraag is niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.