Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 20 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:5690Zaaknummer AWB 22/4254
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 april 2023
- Publicatiedatum
- 20 april 2023
- Zaaknummer
- AWB 22/4254
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandeling
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
vovo afgewezen na beslissing op beroep, wel proceskostenveroordeling
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
-veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage-van den Bosch, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.B.A. Mensink, griffier en openbaar gemaakt op 20 april 2023 door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/4254
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
1. Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Bij besluit van 3 november 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening hangende een beslissing op bezwaar is op dat moment omgeklapt naar een verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van 20 april 2023 is het beroep gegrond verklaard en het besluit van 3 november 2022 vernietigd.
4. Nu in de beroepszaak is beslist, is er geen grond meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening dat verzoeker de behandeling van het beroep mag afwachten, zodat dat verzoek wordt afgewezen.
5. Gelet op de uitkomst van de beroepszaak veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
-veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage-van den Bosch, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.B.A. Mensink, griffier en openbaar gemaakt op 20 april 2023 door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.