Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 19 januari 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:455Zaaknummer C/09/639860 / FA RK 22-8598

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 januari 2023
Publicatiedatum
26 januari 2024
Zaaknummer
C/09/639860 / FA RK 22-8598
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering. Opname vaststellingsovereenkomst. Verzoek tot teruggeleiding ingetrokken.

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande genoemde minderjarigen, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst van 6 januari 2023, inclusief hetgeen is opgenomen in artikel 4 over de internationale omgangsregeling, en verklaart de beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.T.W. van Ravenstein, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2023.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Internationale kinderontvoering
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 22-8598

Zaaknummer: C/09/639860

Datum beschikking: 19 januari 2023

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 19 december 2022 ingekomen verzoek van:

[vader],

de vader,

wonende te [woonplaats 1], België,

advocaat: mr. J. Mulder te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[moeder],

de moeder,

wonende te [woonplaats 2], gemeente [gemeenteplaats],

advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen te Utrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 9 januari 2023 van de zijde van de vader, met als bijlage een door beide partijen egetekende vaststellingsovereenkomst;
  • het e-mailbericht van 13 januari 2023 van de zijde van de moeder.

Op 30 december 2022 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld van de tolk V. Sharma, de moeder, bijgestaan door haar advocaat, alsmede [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. J.T.W. van Ravenstein. De behandeling ter terechtzitting is aangehouden.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 6 januari 2023 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen is geslaagd en heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:

- [kind 1], geboren op [geboortedag 1] 2011 te [geboorteplaats 1], België,

- [kind 2], geboren op [geboortedag 2] 2013 te [geboorteplaats 2], België.

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [kind 1] en [kind 2] uit.

- Op 30 juni 2022 is de moeder met [kind 1] en [kind 2] naar Nederland vertrokken.

- De vader, de moeder en [kind 1] en [kind 2] hebben de Belgische nationaliteit.

- De vader heeft zich op 25 juli 2022 gewend tot de Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder IKO nr. [nummer].

Verzoek

De vader heeft op 9 januari 2023 het teruggeleidingsverzoek en alle daarbij gedane overige verzoeken ingetrokken en verzocht om een internationale omgangsregeling vast te leggen zoals in de vaststellingsovereenkomst weergegeven (artikel 4), met het verzoek om voor zover mogelijk de inhoud van de vaststellingsovereenkomst integraal op te nemen en te hechten aan de beschikking.

De moeder heeft ingestemd met het verzoek van de vader.

Beoordeling

Nu de gewone verblijfplaats van [kind 1] en [kind 2] ten tijde van het (gewijzigde) verzoek in Nederland is gelegen, acht de rechtbank zich bevoegd om over het verzoek van de vader naar Nederlands recht te beslissen. De rechtbank zal het verzoek als op de wet gegrond en in het belang van [kind 1] en [kind 2] toewijzen en een kopie van de vaststellingsovereenkomst aan deze beschikking hechten.

Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande genoemde minderjarigen, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst van 6 januari 2023, inclusief hetgeen is opgenomen in artikel 4 over de internationale omgangsregeling, en verklaart de beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.T.W. van Ravenstein, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2023.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.