Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 8 februari 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:2169Zaaknummer NL23.637

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 februari 2023
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
NL23.637
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak - met onbekende bestemming vertrokken - beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Verweerder heeft op 31 januari 2023 medegedeeld dat eiser op 18 januari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter ondersteuning hiervan heeft verweerder een kopie van een e-mail overgelegd van het COA.[_aabd0bdd-7f35-4fc0-bbfb-d24b84508ee7] Bij bericht van 1 februari 2023 heeft de gemachtigde van eiser bevestigd dat hij geen contact meer heeft kunnen krijgen met eiser en dat hij daarom niet ter zitting zal verschijnen.

3. Uit het voorgaande moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland, nu hij op 2 februari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Eiser heeft daarom geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep, zodat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.[_9fbda88c-779a-46fd-b15d-37f6571b81c3]

4. Ten aanzien van het inreisverbod spelen andere belangen. Maar ook ten aanzien daarvan heeft de hoogste bestuursrechter geoordeeld dat sprake moet zijn van contact met de gemachtigde om te spreken van procesbelang.[_09be1dd1-1464-4285-bab8-6d86a3a7d944] Nu van dergelijk contact niet is gebleken tussen eiser en zijn gemachtigde is het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, niet-ontvankelijk.

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023 door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], eiser
  2. Beslissing
  3. Overwegingen

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.637

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom – van Berckel).

Procesverloop Bij besluit van 4 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.[_3d0e4327-4881-4802-8371-7d5c3e63b143] Daarnaast heeft verweerder eiser een terugkeerbesluit opgelegd met de verplichting om Nederland onmiddellijk te verlaten. Ook heeft verweerder eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL23.637) ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 2 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde waren, met voorafgaand bericht van verhindering, niet aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Verweerder heeft op 31 januari 2023 medegedeeld dat eiser op 18 januari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter ondersteuning hiervan heeft verweerder een kopie van een e-mail overgelegd van het COA.[_aabd0bdd-7f35-4fc0-bbfb-d24b84508ee7] Bij bericht van 1 februari 2023 heeft de gemachtigde van eiser bevestigd dat hij geen contact meer heeft kunnen krijgen met eiser en dat hij daarom niet ter zitting zal verschijnen.

3. Uit het voorgaande moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland, nu hij op 2 februari 2023 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Eiser heeft daarom geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep, zodat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.[_9fbda88c-779a-46fd-b15d-37f6571b81c3]

4. Ten aanzien van het inreisverbod spelen andere belangen. Maar ook ten aanzien daarvan heeft de hoogste bestuursrechter geoordeeld dat sprake moet zijn van contact met de gemachtigde om te spreken van procesbelang.[_09be1dd1-1464-4285-bab8-6d86a3a7d944] Nu van dergelijk contact niet is gebleken tussen eiser en zijn gemachtigde is het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, niet-ontvankelijk.

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023 door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.