Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 20 september 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:21250Zaaknummer NL23.5877

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 september 2023
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
NL23.5877
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Proceskostenveroordeling, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Plak voorlopige voorzienig, verzoek afgewezen

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 september 2023 door

mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.W. Van Dijk, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

20 september 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Beslissing
  5. Documentcode: [documentcode]
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.5877

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Walther), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: I. Vughs).

Procesverloop

In het besluit van 5 januari 2021 heeft verweerder het verzoek van eiseres om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

In het besluit van 23 februari 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.5875, op 27 juni 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen B. Badouri. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.5875, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in de bodemzaak. Dat beroep is gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeeld de voorzieningenrechter verweerder wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1). De

voorzieningenrechter wijst er op dat in de uitspraak op het beroep 1 punt is toegekend voor het verschijnen ter zitting.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 september 2023 door

mr. M. Eversteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.W. Van Dijk, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

20 september 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.