Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 10 november 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:21226Zaaknummer NL23.24898 en NL23.24899

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
NL23.24898 en NL23.24899
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin, bz, eiser bevindt zich reeds in Oostenrijk, geen procesbelang, niet-ontvankelijk

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van A.E. Wadman, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL23.24898 en NL23.24899

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 22 augustus 2023 niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij bericht van 11 juli 2023 hebben de Oostenrijke autoriteiten aan verweerder laten weten dat eiser zich al in Oostenrijk bevindt en dat een overdracht dus niet meer nodig is. Daarbij is in het voornemen vermeld dat uit informatie van het COA is gebleken dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. In het bestreden besluit is vermeld dat deze informatie door de AVIM is bevestigd.

3. Ambtshalve dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of eiser procesbelang heeft bij een inhoudelijk oordeel over zijn beroep. Immers is gebleken dat het overdrachtsbesluit reeds is geëffectueerd, aangezien eiser zich blijkens een melding van de Oostenrijkse autoriteiten van 11 juli 2023 al in Oostenrijk bevindt. Daarbij is eiser op

29 mei 2023 met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft echter over beide omstandigheden niets vermeld in de beroepsgronden.

4. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State[_c37615ac-a92d-4696-a5ba-852e47c11259] dient, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.

5. De gemachtigde van eiser heeft in de beroepsgronden niet betwist dat eiser reeds in Oostenrijk verblijft en niet gesteld dat er nog contact met eiser is. De rechtbank gaat er onder de gegeven omstandigheden vanuit dat eiser geen aanspraak meer wenst te maken op de door hem gezochte bescherming in Nederland en derhalve op een behandeling van het door hem ingestelde beroep. Dat betekent dat eiser geen procesbelang heeft.

6. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft en dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Conclusie en gevolgen

7. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

8. Omdat met deze uitspraak het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Ook dat verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van A.E. Wadman, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.