Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 december 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:19308Zaaknummer NL23.30970

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 december 2023
Publicatiedatum
11 december 2023
Zaaknummer
NL23.30970
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Statushouder Bulgarije. Interstatelijk vertrouwensbeginsel

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder mag in zijn algemeenheid ten aanzien van Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwijst in dit verband allereerst naar een aantal uitspraken van de Afdeling[_4c337449-423e-4390-b0f9-269bfc40af33].[_02fe7ba6-895e-4702-af7c-f7b39910b0f0] Uit het arrest Ibrahim[_fb65f01e-e53c-423b-a191-48b62417fdde] volgt dat de drempel voor een beroep op artikel 4 van het Handvest[_3160e04a-b492-47eb-88f1-886b2263ca13] en artikel 3 van het EVRM[_68fda127-07cc-4b55-a060-be46e47fe1c4] bijzonder hoog is. Eiser is er niet in geslaagd om deze hoge drempel te halen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een toestand van zeer verregaande deprivatie, waardoor hij niet kan voorzien in zijn belangrijkste basisbehoeften. Voordat eiser internationale bescherming heeft gekregen in Bulgarije, heeft hij daar problemen gehad. Hier heeft hij ook uitgebreid over verklaard. Na het verkrijgen van internationale bescherming heeft eiser echter nog opvang gehad. Verder had eiser de mogelijkheid om werk te zoeken en een uitkering aan te vragen. Uit de verklaringen van eiser blijkt echter niet dat hij serieuze inspanningen heeft verricht om zich in Bulgarije te vestigen en zijn rechten daar te effectueren. Onder die omstandigheden wordt eiser niet gevolgd in zijn stelling dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan ten aanzien van Bulgarije.

2. De aanvraag is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige tekst

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.30970

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser,

V-nummer: [V-nr.]

(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).

Procesverloop Bij besluit van 25 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard.[_529982b8-0849-462e-8ecb-de268d62ff7a]

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Verweerder mag in zijn algemeenheid ten aanzien van Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwijst in dit verband allereerst naar een aantal uitspraken van de Afdeling[_4c337449-423e-4390-b0f9-269bfc40af33].[_02fe7ba6-895e-4702-af7c-f7b39910b0f0] Uit het arrest Ibrahim[_fb65f01e-e53c-423b-a191-48b62417fdde] volgt dat de drempel voor een beroep op artikel 4 van het Handvest[_3160e04a-b492-47eb-88f1-886b2263ca13] en artikel 3 van het EVRM[_68fda127-07cc-4b55-a060-be46e47fe1c4] bijzonder hoog is. Eiser is er niet in geslaagd om deze hoge drempel te halen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een toestand van zeer verregaande deprivatie, waardoor hij niet kan voorzien in zijn belangrijkste basisbehoeften. Voordat eiser internationale bescherming heeft gekregen in Bulgarije, heeft hij daar problemen gehad. Hier heeft hij ook uitgebreid over verklaard. Na het verkrijgen van internationale bescherming heeft eiser echter nog opvang gehad. Verder had eiser de mogelijkheid om werk te zoeken en een uitkering aan te vragen. Uit de verklaringen van eiser blijkt echter niet dat hij serieuze inspanningen heeft verricht om zich in Bulgarije te vestigen en zijn rechten daar te effectueren. Onder die omstandigheden wordt eiser niet gevolgd in zijn stelling dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan ten aanzien van Bulgarije.

2. De aanvraag is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.