Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Den Haag, 24 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:17889Zaaknummer SGR - 23 _ 2196
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 april 2023
- Publicatiedatum
- 22 november 2023
- Zaaknummer
- SGR - 23 _ 2196
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig is betaald. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht is niet tijdig ingediend.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2023.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/2196
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 april 2023 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
en
de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder.
Procesverloop
Verzoeker is onvrijwillig ingeschreven in het Centraal register uitsluiting kansspelen (Cruks). Hij heeft daartegen bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zonder zitting uitspraak te doen.[_8966af3e-4359-4f1a-a1db-4740eb60f24f]
Overwegingen
1. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen.[_37895f42-d094-4844-85a5-62167a35375c] Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 184,-. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht de betrokkene niet kan worden toegerekend.
2. De griffier heeft verzoeker een aangetekende nota verzonden. In de nota is verzoeker erop gewezen dat het griffierecht binnen twee weken moet zijn betaald en dat anders het verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Verzoeker heeft het griffierecht niet op tijd betaald en heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
3. De voorzieningenrechter is gebleken dat verweerder inmiddels op 4 april 2023 op het bezwaar van verzoeker heeft beslist en dat verzoeker beroep heeft ingesteld tegen dat besluit. In die beroepsprocedure heeft de rechtbank op 17 april 2023 een handgeschreven brief van verzoeker ontvangen. Voor zover de brief van verzoeker moet worden opgevat als een verzoek om vrijstelling van het griffierecht in beide procedures wegens betalingsonmacht overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker in deze voorlopige voorzieningsprocedure niet tijdig heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. In de nota van 24 maart 2023 is verzoeker erop gewezen dat als hij het griffierecht niet kan betalen, hij een beroep kan doen op ‘betalingsonmacht’ en dat hij het verzoek om ontheffing van betaling van het griffierecht moet doen binnen twee weken na de datum op de nota.
4. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, rechter, in aanwezigheid van Y.E. de Loos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2023.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.