Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Den Haag, 15 november 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:17762Zaaknummer 23_5886
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 november 2023
- Publicatiedatum
- 29 november 2023
- Zaaknummer
- 23_5886
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep ongegrond. Eiser is geen belanghebbende bij het besluit tot weigering van een derde als gemachtigde op grond van artikel 2:2 van de Awb.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van
A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
15 november 2023.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/5886
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2023 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de Nationale ombudsman (No), verweerder
(gemachtigde: mr. L. Scheppink).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 4 september 2023.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
Voorgeschiedenis
Verweerder heeft met het besluit van 25 juli 2023 (kenmerk 1791306, in de onderhavige zaak: het primaire besluit) op grond van artikel 2:2, eerste lid, van de Awb
[gemachtigde] geweigerd als gemachtigde voor de duur van zes maanden. Deze weigering heeft betrekking op alle handelingen die verband houden met verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo). Dat geldt voor het verzoek en alle handelingen die met een dergelijk verzoek verband houden, zoals het inzetten van rechtsmiddelen. Dit wegens misbruik van recht in de zin van artikel 4.6 van de Woo.
Bij het bestreden besluit van 4 september 2023 (kenmerk 1816176) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (SGR 23/5886). Hij heeft op 11 september 2023 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (SGR 23/5884) en ook op 13 september 2023 (voor zover het eiser betreft: SGR 23/6000).
Standpunten van partijen
Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser geen belanghebbende is bij het primaire besluit.[_4cc09cb5-a5dc-464d-a377-a3083161a361]
Eiser heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte het bestreden besluit heeft genomen, omdat verweerder zijn bezwaar op de voet van artikel 7:1a van de Awb als rechtstreeks beroep had moeten doorzenden aan deze rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Aan de orde is of verweerder bij het bestreden besluit het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit is gericht aan de geweigerde persoon en alleen ziet op diens weigering als gemachtigde. Eiser heeft in bezwaar noch in beroep gronden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat hij een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang heeft bij het primaire besluit. Gelet hierop heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser geen belanghebbende is bij het primaire besluit. Al hetgeen verder door eiser is aangevoerd behoeft dan ook geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
5. Het bezwaar van eiser tegen het bestreden besluit is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is kennelijk ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van
A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
15 november 2023.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.