Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 17 november 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:17670Zaaknummer NL23.27144

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 november 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
NL23.27144
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vovo

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.27144

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] verzoeker,

geboren op [geboortedatum],

van Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. E. Ceylan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft verweerder aan verzoeker medegedeeld dat zijn recht op tijdelijke bescherming, als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG[_894664f6-d3dd-45b7-8892-3188539a0503] en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382[_c557aa14-0ddd-449f-b193-6724fb59a152] eindigt op 4 september 2023.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL23.27143.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 14 november 2023 op zitting behandeld. De gemachtigde van verzoeker is verschenen. Verzoeker is door middel van een telefonische verbinding met de tolk gehoord. De tolk en gemachtigde van verweerder waren eveneens aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker en dat beroep ongegrond verklaard. Onder deze omstandigheden is een voorlopige voorziening niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.