Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:17250Zaaknummer AWB 23/2191

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26 oktober 2023
Publicatiedatum
13 november 2023
Zaaknummer
AWB 23/2191
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vreemdelingenrecht. Terugkeerbesluit. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiseres procesbelang heeft bij deze procedure.

2. De eerste beroepsgrond van eiseres, dat zij niet in de gelegenheid is gesteld zich te laten bijstaan door een advocaat en niet is gewezen op de mogelijkheid een schriftelijke zienswijze in te dienen, slaagt niet. De rechtbank kan op basis van het proces-verbaal van gehoor van 2 februari 2023 niet vaststellen dat eiseres niet in de gelegenheid is gesteld zich te laten bijstaan door een advocaat. Uit dit proces-verbaal volgt dat eiseres heeft verklaard dat zij begrijpt dat zij het recht heeft op aanwezigheid van een advocaat, maar dat zij een advocaat niet nodig vindt. De rechtbank ziet hierin geen onzorgvuldigheid.

Dat eiseres niet is gewezen op de mogelijkheid om een schriftelijke zienswijze in te dienen, levert naar het oordeel van de rechtbank geen zorgvuldigheidsgebrek op. Verweerder is namelijk niet verplicht om deze mogelijkheid aan te bieden.

3. De tweede beroepsgrond van eiseres, dat individuele omstandigheden moeten meewegen, slaagt ook niet. Voor een afweging van de individuele omstandigheden in het kader van artikel 8 van het EVRM bestaat geen ruimte bij het opleggen van een terugkeerbesluit. Verweerder moet onderzoeken of eiseres op het moment van het nemen van het terugkeerbesluit rechtmatig in Nederland verblijft en, zo nee, of er ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen op eiseres de verplichting rust te vertrekken[_17594641-46dc-4fd6-bf7b-ad756040d78a]. Niet in geschil is dat eiseres niet rechtmatig in Nederland heeft verbleven en op haar een verplichting rustte te vertrekken (eiseres is inmiddels ook vertrokken).

Vervolgens moet verweerder bezien of op grond van het door eiseres gestelde familie- en gezinsleven aanleiding bestaat een termijn voor vrijwillig vertrek vast te stellen[_84c08869-dcd9-41b5-8845-0fa83c5f2f60]. Bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit hoeft verweerder dus niet te toetsen of de terugkeer van eiseres in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Indien eiseres meent in verband met gesteld familie- of gezinsleven in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning dient zij dat te laten beoordelen in een procedure op basis van een daartoe ingediende aanvraag.

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2023.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 26 oktober 2023 in de zaak tussen
  2. [eiseres] , geboren op [1976] , van Chinese nationaliteit, eiseres
  3. Procesverloop
  4. Beslissing
  5. Overwegingen
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/2191

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

26 oktober 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , geboren op [1976] , van Chinese nationaliteit, eiseres

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. K.I. Sett),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp).

Procesverloop

Bij besluit van 2 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit[_74127f67-d507-4d93-a9c4-7553d38e8c62] met een vertrektermijn van 4 weken opgelegd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2023. Eiseres is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiseres procesbelang heeft bij deze procedure.

2. De eerste beroepsgrond van eiseres, dat zij niet in de gelegenheid is gesteld zich te laten bijstaan door een advocaat en niet is gewezen op de mogelijkheid een schriftelijke zienswijze in te dienen, slaagt niet. De rechtbank kan op basis van het proces-verbaal van gehoor van 2 februari 2023 niet vaststellen dat eiseres niet in de gelegenheid is gesteld zich te laten bijstaan door een advocaat. Uit dit proces-verbaal volgt dat eiseres heeft verklaard dat zij begrijpt dat zij het recht heeft op aanwezigheid van een advocaat, maar dat zij een advocaat niet nodig vindt. De rechtbank ziet hierin geen onzorgvuldigheid.

Dat eiseres niet is gewezen op de mogelijkheid om een schriftelijke zienswijze in te dienen, levert naar het oordeel van de rechtbank geen zorgvuldigheidsgebrek op. Verweerder is namelijk niet verplicht om deze mogelijkheid aan te bieden.

3. De tweede beroepsgrond van eiseres, dat individuele omstandigheden moeten meewegen, slaagt ook niet. Voor een afweging van de individuele omstandigheden in het kader van artikel 8 van het EVRM bestaat geen ruimte bij het opleggen van een terugkeerbesluit. Verweerder moet onderzoeken of eiseres op het moment van het nemen van het terugkeerbesluit rechtmatig in Nederland verblijft en, zo nee, of er ingevolge de toepasselijke wettelijke bepalingen op eiseres de verplichting rust te vertrekken[_17594641-46dc-4fd6-bf7b-ad756040d78a]. Niet in geschil is dat eiseres niet rechtmatig in Nederland heeft verbleven en op haar een verplichting rustte te vertrekken (eiseres is inmiddels ook vertrokken).

Vervolgens moet verweerder bezien of op grond van het door eiseres gestelde familie- en gezinsleven aanleiding bestaat een termijn voor vrijwillig vertrek vast te stellen[_84c08869-dcd9-41b5-8845-0fa83c5f2f60]. Bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit hoeft verweerder dus niet te toetsen of de terugkeer van eiseres in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Indien eiseres meent in verband met gesteld familie- of gezinsleven in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning dient zij dat te laten beoordelen in een procedure op basis van een daartoe ingediende aanvraag.

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2023.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.