Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:16617Zaaknummer C/09/649459 / JE RK 23-1266

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
C/09/649459 / JE RK 23-1266
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing machtiging gesloten jeugdhulp

6 De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 3 november 2023.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/649459 / JE RK 23-1266

Datum uitspraak: 24 oktober 2023

Beschikking van de kinderrechter over een afwijzing van een machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, locatie Den Haag,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over:

[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2009 in [geboorteplaats01],

hierna te noemen: [naam01],

advocaat: mr. P. Drenth te Den Haag.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam02],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam03],

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Bij beschikking van 18 juli 2023 is heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [naam01] verlengd tot 25 juli 2024 en heeft een machtiging verleend om [naam01] te doen opnemen en verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 25 juli 2023 tot 25 oktober 2023. Het verzoek is voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting vóór 25 oktober 2023.

1.2.

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van 18 juli 2023;

- de briefrapportage met bijlagen van de gecertificeerde instelling van 21 september 2023.

1.3.

Op 24 oktober 2023 is de mondelinge behandeling met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

- [naam01] met zijn advocaat;

- de moeder;

  • [naam04] en [naam05] namens de gecertificeerde instelling;
  • [naam06] van [naam07] als begeleider.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

1.4.

De kinderrechter heeft [naam01] voorafgaand aan de mondelinge behandeling in het bijzijn van zijn advocaat gehoord.

2 De feiten

Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 18 juli 2023.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek en verzoekt een machtiging te verlenen om [naam01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor het aangehouden deel, zijnde voor de duur van drie maanden.

3.2.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Zij vindt het belangrijk dat [naam01] dagbesteding heeft voordat hij weer thuis gaat wonen. Momenteel gaat het goed met [naam01] op [naam07]. Hij gaat naar school en zijn verlof is uitgebreid. Ieder weekend is [naam01] van vrijdag tot zondag thuis. [naam01] heeft een positieve gedragsverandering doorgemaakt en de gecertificeerde instelling wil graag dat deze verandering voortgezet wordt. Als [naam01] zonder dagbesteding thuis zal verblijven, bestaat er een groot risico dat hij weer terugvalt in zijn oude gedrag en buiten opnieuw in conflict komt met andere jongens. Daarnaast is het onvoldoende duidelijk of de moeder voldoende handvatten heeft gekregen om [naam01] te begrenzen als hij weer negatief gedrag vertoont. Ter zitting is namens de gecertificeerde instelling aangevuld dat men zich kan vinden in het voorstel van de gedragswetenschapper om een voorwaardelijke machtiging te verzoeken als stok achter de deur voor [naam01]. Dit verzoek wordt echter niet gedaan, omdat de termijn van de machtiging op de dag van de zitting afloopt. Voor een aansluitende voorwaardelijke machtiging is noodzakelijk dat de voorwaarden heel concreet en duidelijk zijn geformuleerd in overleg met [naam07]. Dat is nu niet gelukt in verband met de tijd. De gecertificeerde instelling overweegt wel om op een later moment een verzoek voor een voorwaardelijke machtiging in te dienen. Verder wordt toegelicht dat een dag na de zitting een intakegesprek gepland staat voor dagbesteding bij [naam08]. Daar kan een maatwerk traject samengesteld worden voor [naam01], waarbij gewerkt kan worden aan doelen die voor hem belangrijk zijn, zoals het werken aan schoolse vaardigheden en het doel van [naam01] om kapper te worden. De gecertificeerde instelling blijft erbij dat het risico te groot is als [naam01] naar huis gaat zonder dat er dagbesteding is geregeld. Zodra [naam01] een duidelijk dagprogramma heeft kan hij weer thuis gaan wonen. Dit kan dus ook eerder dan de drie verzochte maanden zijn.

4 De standpunten

4.1.

Door en namens [naam01] is verweer gevoerd. [naam01] is toe aan de volgende stap. Hij heeft gedaan wat hij moest doen en is klaar met de leerdoelen die op [naam07] aan hem geboden zijn. [naam01] weet dat hij nog wel hulp nodig heeft, maar dit hoeft niet meer vorm te worden gegeven vanuit de gesloten setting op [naam07]. Daarbovenop heeft de gedragswetenschapper niet ingestemd met een verlenging van de plaatsing. Dit is een wettelijk vereiste en daarom is het niet mogelijk om het verzoek te verlengen. De advocaat van [naam01] begrijpt de suggestie van een voorwaardelijke machtiging, maar vindt het niet passend dat de gesloten machtiging zal worden aangehouden en kortdurend zal worden verlengd zonder dat er een wettelijke basis is.

4.2.

De moeder geeft aan dat het goed gaat met [naam01] en dat hij de afgelopen maanden echt is veranderd. Hij verblijft al veel thuis. Zo heeft [naam01] vorige week al acht dagen weer thuis gewoond. Dit is zonder ruzie verlopen en het lukte [naam01] goed om naar de moeder te luisteren.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter overweegt het volgende. Zij ziet de positieve ontwikkeling die [naam01] de afgelopen periode heeft meegemaakt. [naam01] werkt mee aan de hulp die hem geboden wordt en hij houdt zich aan de afspraken. Daarnaast verblijft [naam01] al veelvuldig bij de moeder en ook deze periodes thuis verlopen goed. Volgens de gedragswetenschapper wordt niet meer voldaan aan de criteria voor een machtiging gesloten jeugdhulp. Volgens hem zijn de opgroei- en opvoedproblemen bijna geheel verbleekt en werkt [naam01] mee aan de jeugdhulp die voor hem nodig wordt geacht. De gedragswetenschapper stemt daarom niet in met het verzoek van de gecertificeerde instelling voor een machtiging gesloten jeugdhulp. Volgens artikel 6.1.2 lid 5 van de Jeugdwet behoeft de machtiging de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper. Nu deze instemming ontbreekt, wordt niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor een machtiging gesloten jeugdhulp. De kinderrechter zal daarom het verzoek afwijzen. De ondertoezichtstelling is eerder verlengd tot 24 juli 2024. Dat betekent dat de gecertificeerde instelling de komende periode als [naam01] weer thuis verblijft nog wel zicht kan houden op [naam01] en regie kan blijven voeren op de hulpverlening die hij nodig heeft.

6 De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 3 november 2023.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.