Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 25 augustus 2023

ECLI:NL:RBDHA:2023:12336Zaaknummer 22/4968

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 augustus 2023
Publicatiedatum
11 oktober 2023
Zaaknummer
22/4968
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiser heeft met zijn beroep willen bereiken dat hij als een gedupeerde van de toeslagenaffaire wordt aangemerkt, met als gevolg dat aan hem het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000 wordt uitbetaald. De rechtbank stelt vast dat tijdens de integrale beoordeling is gebleken dat eiser inderdaad een gedupeerde is van de toeslagenaffaire en bij beschikking van 5 oktober 2022 is aan hem een definitief compensatiebedrag toegekend van € 87.829. Gelet hierop kan het voorliggende beroep eiser niet in een materieel gunstigere positie brengen. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J. Habetian, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

25 augustus 2023.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Waar gaat deze zaak over?
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 22/4968

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J. van den Ende),

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

(gemachtigden: mr. [gemachtigde 1] en mr. [gemachtigde 2]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de weigering van verweerder om het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000 aan eiser uit te betalen.

1.1

Bij besluit van 1 mei 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat de uitkomst van de lichte toets geen reden geeft om het bedrag van

€ 30.000 aan hem uit te betalen. Met het bestreden besluit van 15 juli 2022 is verweerder bij dat besluit gebleven.

1.2

De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigden van verweerder. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?

2. In de uitvoering van de kinderopvangtoeslag in voorgaande jaren zijn fouten gemaakt waarvan ouders de dupe zijn geworden. De toeslagenaffaire heeft geleid tot verschillende maatregelen om burgers te compenseren voor deze fouten. Eén van die maatregelen betreft het toekennen van een forfaitair bedrag aan compensatie van € 30.000 aan alle erkend gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire. Dit is het minimumbedrag waarop een gedupeerde van de toeslagenaffaire aanspraak heeft en wordt uitgekeerd aan ouders die in één of meerdere jaren in aanmerking komen voor compensatie of tegemoetkoming op grond van (een van) de herstelregelingen.

3. Eiser heeft zich op 4 januari 2021 bij verweerder gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2009. Iedereen die zich aanmeldt voor een herbeoordeling krijgt eerst een zogeheten lichte toets. In dat kader wordt bekeken of iemand ten onrechte kinderopvangtoeslag moest terugbetalen dan wel of de kinderopvangtoeslag in het verleden ten onrechte is stopgezet. Deze lichte toets is bedoeld om ouders snel duidelijkheid te geven en is daarmee beperkter dan de integrale beoordeling.[_d2ad3c6f-5b9e-4b79-8b1f-947196cb1253] Bij de integrale beoordeling wordt uiteindelijk definitief beoordeeld of een ouder in aanmerking komt voor een (hogere) compensatie. Omdat verweerder in het kader van de lichte toets geen aanknopingspunten heeft gevonden om aan te nemen dat eiser een gedupeerde is van de toeslagenaffaire, heeft hij vooralsnog geweigerd om het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000 aan eiser uit te betalen.

Wat vindt eiser in beroep?

4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en stelt dat verweerder bij het nemen van het primaire besluit niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting. Daarnaast wijst eiser erop dat verweerder zijn volledige persoonlijke dossier nog steeds niet heeft verstrekt, hetgeen volgens eiser in strijd is met het beginsel van equality of arms.

Wat vindt verweerder in beroep?

5. Verweerder heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat eiser geen belang meer heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit. Subsidiair heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het onderzoek in het kader van de lichte toets met voldoende zorgvuldigheid is uitgevoerd en dat geen sprake is van schending van het beginsel van equality of arms.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. Uit vaste jurisprudentie volgt dat er sprake is van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang.

7. Eiser heeft met zijn beroep willen bereiken dat hij als een gedupeerde van de toeslagenaffaire wordt aangemerkt, met als gevolg dat aan hem het forfaitaire compensatiebedrag van € 30.000 wordt uitbetaald. De rechtbank stelt vast dat tijdens de integrale beoordeling is gebleken dat eiser inderdaad een gedupeerde is van de toeslagenaffaire en bij beschikking van 5 oktober 2022 is aan hem een definitief compensatiebedrag toegekend van € 87.829. Gelet hierop kan het voorliggende beroep eiser niet in een materieel gunstigere positie brengen. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Door of namens eiser is verder niets aangevoerd dat tot een ander oordeel zou kunnen leiden.

8. De rechtbank kan zich niet uitlaten over de stelling van eiser dat hij zijn persoonlijke dossier nog steeds niet heeft ontvangen, omdat dat een feitelijke handeling betreft en niet een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten. Ook krijgt hij het betaalde griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J. Habetian, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

25 augustus 2023.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.