Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 31 januari 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:837Zaaknummer 21-4644

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31 januari 2022
Publicatiedatum
10 februari 2022
Zaaknummer
21-4644
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

inreisverbod - ingetrokken - proces-belang - niet-ontvankelijk

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2022.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit Servië, eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/4644

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit Servië, eiser

V-nummer: [V-nummer]

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.S. Hogendoorn-Matthijssen).

Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een inreisverbod[_202200f9-7bdd-4f1c-b149-1c9d92205ca4] opgelegd voor een jaar.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Bij brief van 22 december 2021 heeft verweerder aan eiser laten weten dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken. Eiser heeft niet gereageerd op de vraag of hij daarom aanleiding ziet zijn beroep in te trekken.

De rechtbank heeft het beroep op 11 januari 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

2. Het bestreden besluit is door verweerder ingetrokken op 22 december 2021 naar aanleiding van informatie die eiser ná het bestreden besluit naar voren heeft gebracht. Gelet hierop heeft eiser geen belang meer bij de beoordeling van zijn beroep. Eiser heeft ook niet aangegeven waarom dit anders zou moeten zijn.

3. Gelet op het voorgaande, is het beroep niet-ontvankelijk.

4. Er zijn geen proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2022.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.