Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 juni 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:7322Zaaknummer AWB 21/2675 & AWB 21/2676

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
2 augustus 2022
Zaaknummer
AWB 21/2675 & AWB 21/2676
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De verzoeken om vergoeding van de proceskosten zijn afgewezen, omdat van tegemoetkomen geen sprake is. Het bestreden besluit is namelijk ingetrokken vanwege de gewijzigde situatie in Afghanistan.

Beslissing

De rechtbank wijst de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2022.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], verzoeker, V-nummer [v-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 21/2675 & AWB 21/2676

uitspraak van de enkelvoudige kamer en van de voorzieningenrechter van 22 juni 2022 in de zaken tussen

[verzoeker], verzoeker, V-nummer [v-nummer]

(gemachtigde: mr. M.E. Muller),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen.

Bij besluit van 28 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Op 24 januari 2022 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en daarbij medegedeeld geen aanleiding te zien om over te gaan tot een proceskostenvergoeding.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 26 januari 2022 ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Op 1 februari 2022 heeft verweerder voor zijn standpunt ten aanzien van een proceskostenveroordeling verwezen naar zijn brief van 24 januari 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) doet zonder zitting uitspraak op de verzoeken om proceskostenveroordeling.[_099ab113-8c9d-4d8f-8745-0ca0d4f102ad]

2. In de Awb is neergelegd dat, als een beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift of verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener kan worden veroordeeld in de proceskosten.[_990dff5f-faeb-403e-8b73-ad64ab990a9e]

3. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter is van tegemoetkomen alleen sprake als het bestuursorgaan een in het bestreden besluit ingenomen standpunt heeft herzien en het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit alsnog heeft genomen op een grond die een erkenning van de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit inhoudt. Intrekking van het besluit vanwege nieuwe feiten of veranderde omstandigheden houdt geen tegemoetkomen in en vormt daarom ook geen grond voor een proceskostenveroordeling.[_653d5026-501c-43ee-9f4b-8f8f41fc82bf]

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet tegemoet gekomen is aan het beroep en het verzoek van verzoeker. In dit geval heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken vanwege de gewijzigde situatie in Afghanistan. Dit is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het nemen van het bestreden besluit nog niet voordeed. Of het bestreden besluit ook ingetrokken had moeten worden vanwege de ingediende beroepsgronden, zoals verzoeker heeft betoogd, kan in het midden blijven, nu er al grond bestond om het bestreden besluit in te trekken vanwege de gewijzigde algemene situatie in het land van herkomst van verzoeker.

5. De rechtbank wijst de verzoeken daarom als kennelijk ongegrond af.

Beslissing

De rechtbank wijst de verzoeken om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2022.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.