Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 26 januari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:674Zaaknummer NL21.19799
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 januari 2022
- Publicatiedatum
- 2 februari 2022
- Zaaknummer
- NL21.19799
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
MOB. Geen contact meer met eiser. Mondelinge uitspraak. Beroep niet-ontvankelijk
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Uit het bericht van de gemachtigde van eiser van 13 januari 2022 blijkt dat hij sinds 21 december 2021 geen contact meer heeft met eiser. Desgevraagd heeft verweerder informatie van de vreemdelingenpolitie overgelegd. Hieruit blijkt dat eiser op 20 december 2021 de opvang zelfstandig heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Hieruit moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van het bestreden besluit.[_801c61c1-17e7-4232-8726-33230d845f36]
3. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.19799
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Procesverloop Bij besluit van 15 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.19800, op 26 januari 2022 op zitting behandeld te Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Uit het bericht van de gemachtigde van eiser van 13 januari 2022 blijkt dat hij sinds 21 december 2021 geen contact meer heeft met eiser. Desgevraagd heeft verweerder informatie van de vreemdelingenpolitie overgelegd. Hieruit blijkt dat eiser op 20 december 2021 de opvang zelfstandig heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken.
2. Hieruit moet worden afgeleid dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van het bestreden besluit.[_801c61c1-17e7-4232-8726-33230d845f36]
3. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.