Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 4 maart 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:2222Zaaknummer NL21.17196 en NL21.17198

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
4 maart 2022
Publicatiedatum
19 april 2022
Zaaknummer
NL21.17196 en NL21.17198
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Amersfoort
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VK, plakvovo, beroep ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

04 maart 2022

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Documentcode: [nummer]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , verzoekers
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Documentcode: [nummer]
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Locatie Amersfoort

Bestuursrecht

zaaknummers: NL21.17196 en NL21.17198

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , verzoekers

V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer]

(gemachtigde: mr. L.M.E. Embregts),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

In de besluiten van 10 juni 2021 (primaire besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers om hen uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.

In het besluit van 28 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de beroepen (NL21.17195 en NL21.17197) op 15 februari 2022 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.17195 en NL21.17197, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Bazaz, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

04 maart 2022

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Documentcode: [nummer]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.