Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Den Haag, 23 december 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:15697Zaaknummer NL22.4779

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23 december 2022
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
NL22.4779
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo; griffierecht niet betaald; verzoek niet ontvankelijk;

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van

N. Dayerizadeh, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

23 december 2022

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Documentcode: [documentcode]
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.4779

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Hashem Jawaheri),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van verweerder van 24 februari 2022.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.

2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening doet, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Dat kan anders zijn als daarvoor een geldige reden is.

4. De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 24 maart 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de voorzieningenrechter.

5. Verzoeker heeft het griffierecht niet voldaan. Verzoeker heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen inhoudelijke uitspraak op het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van

N. Dayerizadeh, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

23 december 2022

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.