Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 21 september 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:15590Zaaknummer 22_5237

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 september 2022
Publicatiedatum
7 maart 2023
Zaaknummer
22_5237
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Doorverwijzingsuitspraak naar Rechtbank Rotterdam omdat een van de eisers rechter is bij de rechtbank Den Haag.

De rechtbank:

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam, om door deze verder te worden behandeld en beslist.

Aldus vastgesteld door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2022.

De griffier is verhinderd om te tekenen rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eisers] e.a., te [woonplaats], eisers
  2. Procedure
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 22/5237

uitspraak als bedoeld in artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie in de zaak van:

[eisers] e.a., te [woonplaats], eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij] B.V.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

  • het beroepschrift van 24 augustus 2022, ingekomen op 24 augustus 2022:
  • de door eiser [eisers] ingezonden volmachten van de overige eisers.

Overwegingen

1. In artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie is het volgende bepaald:

“De rechtbank kan een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.”

2. Eiser [eisers] vertegenwoordigt in deze zaak mede eiseres [eiseres]. Laatstgenoemde is rechter bij de rechtbank Den Haag.

3. Hieruit volgt dat (thans) sprake is van “betrokkenheid van de rechtbank” als bedoeld in artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie. De rechtbank acht daarom behandeling van de zaak door een andere rechtbank gewenst.

4. De rechtbank zal de zaak in de stand waarin deze zich bevindt daarom ambtshalve verwijzen naar de rechtbank Rotterdam.

Beslissing

De rechtbank:

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam, om door deze verder te worden behandeld en beslist.

Aldus vastgesteld door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2022.

De griffier is verhinderd om te tekenen rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.