Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 8 augustus 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:15569Zaaknummer 22/194
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 augustus 2022
- Publicatiedatum
- 3 maart 2023
- Zaaknummer
- 22/194
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vk. Vovo zonder connex bezwaar. Niet-ontvankelijk
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van het betalen van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen.
2. Verzoekster heeft de Chinese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1989.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat tegen het besluit van 16 december 2021 alleen een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend. Er is dus geen connexe bodemprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om een voorlopige voorziening doen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2022
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/194
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 augustus 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: J.H.A. van Eijk).
Procesverloop
In het besluit van 24 juni 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor het wijzigen van het doel van verzoeksters verblijfsvergunning in een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel ‘verblijf als gezins- of familielid bij R.R. Ricardo’ afgewezen.
In het besluit van 16 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2022. Verzoekster is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Verzoekster heeft verzocht om vrijstelling van het betalen van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen.
2. Verzoekster heeft de Chinese nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1989.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat tegen het besluit van 16 december 2021 alleen een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend. Er is dus geen connexe bodemprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om een voorlopige voorziening doen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.L. Hol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2022
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.