Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Den Haag, 11 november 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:15350Zaaknummer AWB 22 / 79
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 november 2022
- Publicatiedatum
- 16 februari 2023
- Zaaknummer
- AWB 22 / 79
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Dit omdat het inhoudelijke beroep niet-ontvankelijk zou zijn verklaard.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2022.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/79
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Hanna),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Op 5 januari 2022 heeft eiseres beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 30 augustus 2021.
In het besluit van 27 januari 2022 heeft verweerder een beslissing genomen op de aanvraag.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij zich verzet tegen een proceskostenvergoeding.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. De rechtbank wijst het verzoek van eiseres om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten af. Dit omdat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag niet-ontvankelijk zou zijn verklaard.
4. Eiseres heeft op 30 augustus 2021 een aanvraag ingediend voor toetsing van haar situatie aan het EU-recht (bewijs van rechtmatig verblijf). Voor een dergelijke aanvraag heeft verweerder zes maanden de tijd om een beslissing te nemen, dus tot 1 maart 2022.[_08557799-5d00-4333-aaea-04a1ecdef55f] Eiseres heeft verweerder op 20 december 2021 dan ook te vroeg in gebreke gesteld. Bovendien heeft verweerder binnen de beslistermijn een beslissing genomen. Hierom zou het beroep van eiseres niet-ontvankelijk zijn verklaard. Nu het beroep van eiseres niet zou slagen, bestaat er ook geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
5. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2022.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.