Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 september 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:14776Zaaknummer NL22.12680 en NL22.12685
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 september 2022
- Publicatiedatum
- 20 januari 2023
- Zaaknummer
- NL22.12680 en NL22.12685
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Asiel. 8:57 Awb. Geen recht op bestuurlijke dwangsom. Beroepen ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 september 2022
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.12680 en NL22.12685
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser 1] en [eiser 2], eisers
V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer]
(gemachtigde: mr. K. Ross), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluiten van 23 juni 2022 heeft verweerder aan eisers een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De vergunningen zijn verleend met ingang van 25 oktober 2021, geldig tot 25 oktober 2026.
Eisers hebben tegen de besluiten beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben toestemming verleend de zaak zonder nadere zitting af te doen. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Eisers voeren in beroep aan dat zij recht hebben op een bestuurlijke dwangsom en dat verweerder die ten onrechte niet heeft vastgesteld. Eisers verwijzen ter onderbouwing van hun standpunten naar uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van
22 april 20222 en 12 september 20223.
3. In artikel 1 van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Tijdelijke wet), zoals die geldt sinds 11 juli 2021, is bepaald dat de artikelen 4.17 tot en met 4.19 van de Awb (die deel uitmaken van afdeling 4.1.3) niet van toepassing zijn op een besluit op een asielaanvraag
1. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 ECLI:NL:RBDHA:2022:3776 en ECLI:NL:RBDHA:2022:3777.
3 ECLI:NL:RBOBR:2022:3902.
voor bepaalde tijd. In de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 5 augustus 20224 is geoordeeld dat het afschaffen van de bestuurlijke dwangsom geen strijd oplevert met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, waaronder begrepen het bepaalde in artikel 47 van het Handvest. Daarom kan de rechtbank niet vaststellen dat verweerder een bestuurlijke dwangsom heeft verbeurd. De verwijzing van eisers naar de in overweging 2. genoemde uitspraken leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
4. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 september 2022
Documentcode: [documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 4.17 Awb
- Artikel 4.19 Awb
- Artikel 8:57 Awb meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RVS:2023:655 http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RVS:2023:655 Raad van State, 20 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.