Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 17 november 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:13320Zaaknummer NL22.19927 en NL22.19928

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 november 2022
Publicatiedatum
12 december 2022
Zaaknummer
NL22.19927 en NL22.19928
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak - beroep niet-ontvankelijk - nu de overdrachtstermijn is verlopen voor de zitting heeft eiseres geen proces-belang meer bij de inhoudelijke behandeling van haar beroep

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van: € 1.518,-.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen.

1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen. Volgens hem is Duitsland verantwoordelijk voor de behandeling daarvan[_52ad6acb-9805-43a1-86a2-ef6b9980170f]. Op 16 mei 2022 zijn de Duitse autoriteiten akkoord gegaan met de overname van het asielverzoek van eiseres.

2. Ter zitting is gebleken dat de overdrachtstermijn een dag voor zitting, op 16 november 2022, is verlopen. Daarmee staat vast dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Dit betekent dat met het beroep niet meer kan worden bereikt wat eiseres heeft getracht te bereiken. Eiseres heeft daarom geen belang bij een inhoudelijke behandeling van het beroep.

3. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

4. Wel is er reden voor een proceskostenveroordeling, omdat verweerder de overdracht van eiseres niet heeft kunnen verwezenlijken binnen de daarvoor geldende overdrachtstermijn van zes maanden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

5. Nu op het beroep is beslist, is er geen reden meer tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2022 door mr. M.D. Gunster, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres en verzoekster], eiseres en verzoekster
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen.

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL22.19927 (beroep) en NL22.19928 (voorlopige voorziening)

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer / voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres en verzoekster], eiseres en verzoekster

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. J.H.M. Handring),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A. van Midden).

Procesverloop

Bij besluit van 4 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de voorlopige voorziening, op 17 november 2022 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiseres was via een telefonische verbinding aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van: € 1.518,-.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen.

1. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres niet in behandeling genomen. Volgens hem is Duitsland verantwoordelijk voor de behandeling daarvan[_52ad6acb-9805-43a1-86a2-ef6b9980170f]. Op 16 mei 2022 zijn de Duitse autoriteiten akkoord gegaan met de overname van het asielverzoek van eiseres.

2. Ter zitting is gebleken dat de overdrachtstermijn een dag voor zitting, op 16 november 2022, is verlopen. Daarmee staat vast dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Dit betekent dat met het beroep niet meer kan worden bereikt wat eiseres heeft getracht te bereiken. Eiseres heeft daarom geen belang bij een inhoudelijke behandeling van het beroep.

3. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

4. Wel is er reden voor een proceskostenveroordeling, omdat verweerder de overdracht van eiseres niet heeft kunnen verwezenlijken binnen de daarvoor geldende overdrachtstermijn van zes maanden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

5. Nu op het beroep is beslist, is er geen reden meer tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2022 door mr. M.D. Gunster, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.