Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 30 mei 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12556Zaaknummer NL22.8639 en NL22.8661
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 mei 2022
- Publicatiedatum
- 27 december 2022
- Zaaknummer
- NL22.8639 en NL22.8661
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bewaring, Dublin Duitsland, lichter middel, hartpatiënt, meldplicht, overdracht kon sneller, beroep tegen TKB niet-ontvankelijk, beroep tegen MvB ongegrond.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
30 mei 2022
en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. D. Verduijn M.A.W.M. Engels
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak voor zover die over de maatregel van bewaring gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Tegen deze uitspraak voor zover die over het terugkeerbesluit gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier
weken na de dag van bekendmaking.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.8639 en NL22.8661
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen [eiser], eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. G.P. Dayala), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Eiser heeft ook beroep ingesteld tegen het terugkeerbesluit.
De rechtbank heeft de beroepen op 23 mei 2022 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. R.T. Laigsingh, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer H. Lotfi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1995].
Het terugkeerbesluit
2. De rechtbank stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat er geen terugkeerbesluit aan eiser is opgelegd. Dit is ook niet mogelijk bij een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Dit beroep is daarom niet-ontvankelijk.
De maatregel van bewaring
3. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de
Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;
4e. verdachte is van enig misdrijf dan wel daarvoor is veroordeeld.
4. De gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen zijn niet betwist.
Lichter middel
5. Eiser voert aan dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen. Hij heeft rechtmatig verblijf in Duitsland, waardoor hem ook een meldplicht had kunnen worden opgelegd. Daarnaast is eiser hartpatiënt en heeft hij behandeling nodig in [plaats 1]. Hij gebruikt zware medicatie en de bewaring valt hem zwaar.
6. De rechtbank overweegt als volgt. Uit de door eiser niet betwiste gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen, volgt in beginsel het risico op onttrekking aan het toezicht op vreemdelingen. Aangezien eiser voor de overdracht aan Duitsland voor verweerder beschikbaar dient te zijn, heeft verweerder terecht afgezien van een meldplicht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder daarnaast voldoende gemotiveerd dat eiser voor zijn hartproblemen terecht kan bij de medische zorgverlening in het detentiecentrum in [plaats 2] en dat dit voor verweerder aanleiding is geweest om geen lichter middel toe te passen. De beroepsgrond slaagt niet.
Voortvarend handelen
7. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt om hem aan Duitsland over te dragen.
8. De rechtbank overweegt als volgt. Op 17 mei 2022 heeft verweerder een claimverzoek naar Duitsland gestuurd. Op 18 mei 2022 heeft verweerder een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat er inmiddels een claimakkoord met Duitsland ligt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee voldoende voortvarend gehandeld. De beroepsgrond slaagt niet.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
In het beroep tegen het terugkeerbesluit:
-verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
In het beroep tegen de maatregel van bewaring:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Verduijn, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
30 mei 2022
en is openbaar gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl
Mr. D. Verduijn M.A.W.M. Engels
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [documentcode]
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak voor zover die over de maatregel van bewaring gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.
Tegen deze uitspraak voor zover die over het terugkeerbesluit gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier
weken na de dag van bekendmaking.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.