Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Den Haag, 11 november 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:11826Zaaknummer AWB - 21 _ 3543

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
25 november 2022
Zaaknummer
AWB - 21 _ 3543
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanvraag briefadres. Geen procesbelang.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, voorzitter, en mr. M.D. Gunster en mr. F. Arichi, leden, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met de uitspraak op het beroep, dan kunt u een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. U moet dit hoger beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], eiser
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 21/3543

uitspraak van de meervoudige kamer van 11 november 2022 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. F.E. Boonstra),

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigden: O.M. Langemeijer, R.H. De Roy van Zuidewijn en Z. Kahveci).

Procesverloop

Bij besluit van 28 april 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een briefadres afgewezen.

Bij besluit van 8 april 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 september 2022.

Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Ook was [A], vrijwilliger bij Stichting Restschuld Eerlijk Delen (RED), aanwezig.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Eiser heeft verzocht om een briefadres bij de Stichting RED. Hij is mantelzorger voor een intermediair, waarvoor hij een briefadres nodig heeft. Ook wil hij zich gaan inschrijven als zzp-er in de KvK. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van het aanwijzingsbesluit waarbij Stichting RED is aangewezen als briefadresgever. Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen dit besluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij inmiddels stond ingeschreven op een woonadres en dus geen belang meer had bij een briefadres.

Heeft eiser nog procesbelang?

2. In beroep heeft verweerder informatie uit de Basisregistratie personen (Brp) overgelegd waaruit blijkt dat eiser op 16 augustus 2022 in Oudenbosch op een briefadres stond ingeschreven. De rechtbank overweegt dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij gelet hierop nog belang heeft bij een briefadres bij Stichting RED. De enkele niet onderbouwde stelling dat de inschrijving op het andere briefadres tijdelijk zou zijn is in dit verband onvoldoende. Eiser heeft dus geen belang bij een beoordeling van zijn beroep.

Wat is de conclusie van deze uitspraak?

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Aan een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden komt de rechtbank niet toe.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, voorzitter, en mr. M.D. Gunster en mr. F. Arichi, leden, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met de uitspraak op het beroep, dan kunt u een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. U moet dit hoger beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.