Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 14 juli 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:8340Zaaknummer C/09/614025 / JE RK 21-1513
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 juli 2021
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2021
- Zaaknummer
- C/09/614025 / JE RK 21-1513
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De minderjarige heeft binnen de gesloten jeugdhulp een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waardoor hij kan doorstromen naar een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Hier wordt de minderjarige tot zijn achttiende structuur en continuïteit geboden.
Beslissing
De kinderrechter:
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 14 juli 2021 tot 28 januari 2022, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2021 door mr. S.M. Borkent, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.P.M. van der Hoorn als griffier. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 juli 2021. |
| Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/614025 / JE RK 21-1513
Datum uitspraak: 14 juli 2021
Beschikking van de kinderrechter
Machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak naar aanleiding van het op 24 juni 2021 ingekomen verzoekschrift van:
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna: de gecertificeerde instelling,
betreffende:
- [minderjarige] geboren op [geboortedag 1] 2004 te [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige],
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de man]
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 1],
[de vrouw],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 2]
Het procesverloop
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen d.d. 24 juni 2021.
Op 14 juli 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:
- de moeder;
- dhr. [vertegenwoordiger van de GI], namens de gecertificeerde instelling.
[minderjarige] is op 14 juli 2021 door de kinderrechter in raadkamer gehoord.
Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is de vader niet verschenen.
Feiten
- Het geregistreerd partnerschap van de vader en de moeder is ontbonden.
- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
- [minderjarige] verblijft feitelijk op [verblijfplaats]
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 28 januari 2021 [minderjarige] onder toezicht gesteld van 28 januari 2021 tot 28 januari 2022.
- Bij beschikking d.d. 28 januari 2021 heeft de kinderrechter machtiging verleend [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 28 januari 2021 tot 28 juli 2021.
Het verzoek
Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Doordat [minderjarige] de afgelopen tijd grote stappen heeft gezet binnen de gesloten setting van [verblijfplaats], is hij toe aan de volgende stap. [minderjarige] heeft binnen [verblijfplaats] gewerkt aan zijn eigen problematiek. Hij heeft de afspraken en structuur vanuit de gesloten groep nageleefd en de verlofmomenten zijn goed verlopen. Daarnaast hebben de ouders moeten leren om grenzen te stellen aan [minderjarige]. De band tussen [minderjarige] en de vader is inmiddels verbeterd. Een thuisplaatsing bij de moeder is niet aan de orde omdat het gevaar bestaat dat het gezin in oude patronen vervalt. De gecertificeerde instelling is bezig om een plek voor [minderjarige] te realiseren op een open groep bij [nieuwe verblijfplaats].
Het standpunt van de belanghebbende
De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. Ter zitting heeft de moeder aangegeven dat zij trots is op [minderjarige]. Het liefst wil de moeder dat [minderjarige] terugkeert naar huis, maar zij realiseert zich dat dit geen optie is.
Beoordeling
De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De afgelopen negen maanden heeft [minderjarige] op [verblijfplaats] verbleven, alwaar hij gewerkt heeft aan zijn eigen problematiek. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat [minderjarige] binnen [verblijfplaats] een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De eindstreep is in zicht, maar [minderjarige] dient nog de nodige stappen te zetten. Een machtiging tot uithuisplaatsing binnen een jeugdhulpaccommodatie is noodzakelijk zodat [minderjarige] structuur en continuïteit geboden krijgt. [minderjarige] heeft begeleiding nodig in zijn dagstructuur zodat hij niet in de verleiding komt om slechte keuzes te maken. De jeugdbeschermer kan de periode tot aan de achttiende verjaardag van [minderjarige] benutten om hem te helpen bij het maken van de juiste keuzes in het leven en te werken aan het vergroten van zijn zelfstandigheid. Een terugplaatsing bij de moeder is geen optie, daar het gevaar bestaat dat [minderjarige] de grenzen zal opzoeken en de relatie tussen de moeder en [minderjarige] weer onder druk zal komen te staan. De kinderrechter hoopt dat [minderjarige] zijn plannen voor de toekomst zal waarmaken en zijn ervaringen kan gebruiken om andere mensen te helpen, zoals zijn plan is. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen zoals verzocht.
Derhalve zal als volgt worden beslist.
Beslissing
De kinderrechter:
machtigt Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 14 juli 2021 tot 28 januari 2022, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2021 door mr. S.M. Borkent, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.P.M. van der Hoorn als griffier. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 juli 2021. |
| Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.