Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 20 juli 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:8050Zaaknummer NL21.3506

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 juli 2021
Publicatiedatum
26 juli 2021
Zaaknummer
NL21.3506
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eiser is met onbekende bestemming vertrokken. Geen actueel contact met de advocaat. Geen procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk. Mondelinge uitspraak.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Ter onderbouwing daarvan heeft verweerder ter zitting zijn eerder niet verzonden brief van [datum] overgelegd en daarbij verwezen naar een mededeling van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

2. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen. De gemachtigde van eiser heeft telefonisch laten weten dat zij geen contact meer heeft met haar client.

3. Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat eiser geen prijs meer stelt op internationale bescherming in Nederland. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.[_77bd5ea7-ca21-4d23-ba3a-4f0c162d298e]

4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2021 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam], eiser
  2. Beslissing
  3. Overwegingen

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL21.3506

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. P. Kramer-Ograjensek),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).

Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep, samen met de zaak met nummer NL21.3507, op 8 juli 2021 op zitting behandeld in Breda. Eiser is niet verschenen. De gemachtigde van eiser is met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Ter onderbouwing daarvan heeft verweerder ter zitting zijn eerder niet verzonden brief van [datum] overgelegd en daarbij verwezen naar een mededeling van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

2. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen. De gemachtigde van eiser heeft telefonisch laten weten dat zij geen contact meer heeft met haar client.

3. Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat eiser geen prijs meer stelt op internationale bescherming in Nederland. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.[_77bd5ea7-ca21-4d23-ba3a-4f0c162d298e]

4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2021 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.