Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 18 november 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:16870Zaaknummer NL21.14692

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 november 2021
Publicatiedatum
16 augustus 2022
Zaaknummer
NL21.14692
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

plakvovo

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

18 november 2021

en zal bekend worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. C.M. Dijksterhuis R.G.A. Beijen

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.14692

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. L.J. Meijering),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).

Procesverloop

Bij besluit van 10 september 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het beroep samen met de voorlopige voorziening aangehouden vanwege ziekte van de gemachtigde.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.14691, op 9 november 2021 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen S.B. Aniania. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster stelt van Eritrese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1974.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.14691, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

18 november 2021

en zal bekend worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. C.M. Dijksterhuis R.G.A. Beijen

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.