Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Den Haag, 8 november 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:16846Zaaknummer UTR 21/3952

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
9 september 2022
Zaaknummer
UTR 21/3952
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Fictief; beroep niet tijdig; gegrond; beslistermijn 2 weken.

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog te beslissen op het Wob-verzoek;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse rechter, in aanwezigheid van

N. Dayerizadeh griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 november 2021.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/3952

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Constitutionele Zaken en Wetgeving, verweerder

(gemachtigde: M. Langendoen)

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op het verzoek van eiseres van 18 juni 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft op 18 juni 2021 een verzoek in het kader van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Verweerder moet binnen vier weken beslissen op de aanvraag. Dat staat in artikel 6 van de Wob. Verweerder heeft deze termijn bij brief van 22 juli 2021 met vier weken verlengd. Verweerder had dus uiterlijk op 19 augustus 2021 op de aanvraag moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen verweerder moet beslissen voorbij is. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres verweerder op 22 augustus 2021 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken voorbij zijn gegaan.

4. Het beroep is kennelijk gegrond.

5. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen op het verzoek van eiseres bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, Awb).

6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

7. Er zijn door eiseres geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.

8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres de betaalde griffierechten vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog te beslissen op het Wob-verzoek;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse rechter, in aanwezigheid van

N. Dayerizadeh griffier. De beslissing is uitgesproken op 8 november 2021.

de griffier de rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.