Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 5 juli 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:16045Zaaknummer AWB 20/8290

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 juli 2021
Publicatiedatum
24 oktober 2022
Zaaknummer
AWB 20/8290
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo, geen procesbelang, verzoek n-o.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/8290

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juli 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1999, van de Iraanse nationaliteit, verzoeker

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. J.J. Eizenga),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. P.W.M. Jans).

Procesverloop

Verweerder heeft verzoeker op 12 oktober 2020 laten weten dat er voor nareiszaken voorlopig geen interviews mogelijk zijn in Iran.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze feitelijke handeling[_3019ec30-215d-482d-a167-7a33140e68dc] en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft op 21 juni 2021 een schriftelijke reactie ingediend. Verzoeker heeft hier de volgende dag op gereageerd.

Partijen hebben de voorzieningenrechter mondeling toestemming gegeven om op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de zaak buiten zitting af te doen.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ingediend met als doel om op korte termijn te worden gehoord voor zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis.

2. Bij brief van 21 juni 2021 heeft verweerder de rechtbank medegedeeld dat verzoeker op 8 december 2020 in Istanbul is gehoord. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde en stelt zich daarom op het standpunt dat het belang voor de gevraagde voorziening is komen te vervallen.

3. Verzoeker heeft aangegeven dat hij het eens is met het standpunt van verweerder en dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.

4. Gelet op het voorgaande, concludeert de voorzieningenrechter dat het verzoek niet-ontvankelijk is. Verzoeker heeft namelijk geen procesbelang. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 juli 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

De rechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.