Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 30 april 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:15717Zaaknummer NL21.3921

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 april 2021
Publicatiedatum
10 maart 2022
Zaaknummer
NL21.3921
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo bij NL21.3920, vovo afgewezen

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

30 april 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. C. Karman K.S. Smits

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.3921

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.M.I. Eleveld), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen-Theodoulou).

Procesverloop

Bij besluit van 9 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt aan verzoekster geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek verleend.

Verweerder heeft tevens aan verzoekster een vertrektermijn onthouden, zodat verzoekster Nederland onmiddellijk dient te verlaten. Daarnaast heeft verweerder verzoekster een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.3920, plaatsgevonden op 26 april 2021 in Amersfoort. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen Y.I. Kushneryk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster stelt van Oekraïense nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.3920, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Karman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

30 april 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. C. Karman K.S. Smits

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.