Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 9 april 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:15635Zaaknummer NL21.3587

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 april 2021
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
NL21.3587
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Amersfoort
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin, Zwitserland, plakvovo, afgewezen

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

09 april 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. B. Fijnheer T.R. Vos

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Locatie Amersfoort

Bestuursrecht zaaknummer: NL21.3587

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL21.3586, plaatsgevonden op 23 maart 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J. Malik. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.3586, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier.

De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:

09 april 2021

en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Mr. B. Fijnheer T.R. Vos

Rechter Griffier

Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.