Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 6 april 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:15628Zaaknummer NL21.4350

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
6 april 2021
Publicatiedatum
21 februari 2022
Zaaknummer
NL21.4350
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal, Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vovo afgewezen vanwege uitspraak in de beroepszaak

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.4349, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2021 door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

06 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] verzoeker V-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen
  5. Documentcode: [documentcode]
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4350

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. B.H. Werink), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L. Verhaegh).

Procesverloop

In het besluit van 22 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL21.4349, plaatsgevonden op 6 april 2021. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Verweerder is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.4349, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2021 door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

06 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.