Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 8 maart 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:15485Zaaknummer NL21.1101

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 maart 2021
Publicatiedatum
27 januari 2022
Zaaknummer
NL21.1101
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beroep tegen vermeend besluit tot inbewaringstelling ingetrokken, verzoek om schadevergoeding, afgewezen

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

08 maart 2021

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing
  5. Documentcode: [Documentcode]
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.1101

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. W.A.E.M. Amesz), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H.W. van Heerebeek-de Graaf).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 24 januari 2021 beroep ingesteld tegen een vermeend besluit van verweerder tot het opleggen van een maatregel van bewaring.

Verweerder heeft echter geen maatregel van bewaring opgelegd aan verzoeker.

Op 28 januari 2021 heeft verzoeker het beroep ingetrokken. Daarbij heeft verzoeker een formulier voor het verzoek om een proceskostenveroordeling ingevuld en verzocht de zaak verder op de stukken af te doen.

Verweerder heeft bij brief van 2 februari 2021 hierop gereageerd en op 4 februari 2021 toestemming gegeven om de zaak op de stukken af te doen.

De rechtbank heeft vervolgens op 4 februari 2021 het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Op 28 januari 2021 heeft verzoeker het beroep tegen het vermeende besluit ingetrokken. Daarbij heeft de gemachtigde van verzoeker in het formulier van het verzoek het volgende opgenomen:

“Eiser is minimaal 1 dag ten onrechte van zijn vrijheid berooft geweest, te

weten op 22-01-2021 en aan hem is geen besluit inhoudende een Maatregel

van Bewaring uitgereikt, maar slechts een Terugkeerbesluit en een Inreisverbod.”

2. Gezien de motivering in het formulier, begrijpt de rechtbank dit als een verzoek om schadevergoeding en niet als een verzoek om proceskostenvergoeding. Uit de stukken blijkt echter niet dat verzoeker zonder geldige titel is vastgehouden. Ook blijkt uit de stukken niet dat sprake is geweest van een vreemdelingrechtelijke aanhouding. Er is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen feitelijke aanleiding voor het verzoek om schadevergoeding. De rechtbank wijst dit verzoek dan ook af.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff-Vos, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

08 maart 2021

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.