Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 27 december 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:14743Zaaknummer NL21.18132
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 december 2021
- Publicatiedatum
- 31 december 2021
- Zaaknummer
- NL21.18132
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
MOB-melding. Geen procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk en vovo afwijzen
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Verweerder heeft laten weten dat volgens zijn registratie eiser op 24 november 2021 het AZC heeft verlaten en is geregistreerd als ‘met onbekende bestemming vertrokken’. Eisers gemachtigde heeft op 1 december 2021 meegedeeld dat zij geen mededeling zal doen over de verblijfplaats van eiser en geen contact meer heeft met hem.
2. Uit dit alles leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij de beoordeling van zijn beroep.[_dc43b754-804d-4ac8-85a4-7cc8f831f7e6]
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2021 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.18132
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Greve-Kortrijk),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 18 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.18133, op 15 december 2021 op zitting behandeld. Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Verweerder heeft laten weten dat volgens zijn registratie eiser op 24 november 2021 het AZC heeft verlaten en is geregistreerd als ‘met onbekende bestemming vertrokken’. Eisers gemachtigde heeft op 1 december 2021 meegedeeld dat zij geen mededeling zal doen over de verblijfplaats van eiser en geen contact meer heeft met hem.
2. Uit dit alles leidt de rechtbank af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij de beoordeling van zijn beroep.[_dc43b754-804d-4ac8-85a4-7cc8f831f7e6]
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 december 2021 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.