Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:13999Zaaknummer C/09/618202 / KG ZA 21-900

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
5 januari 2022
Zaaknummer
C/09/618202 / KG ZA 21-900
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Kort geding, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

kort geding - mondeling vonnis - voorlopige zorgregeling

2 De beslissing

De voorzieningenrechter:

2.1.

stelt een voorlopige zorgregeling vast waarbij de zorg over [minderjarige] wordt verdeeld overeenkomstig het in 1.5. opgenomen schema;

2.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

2.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

2.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

WAARVAN PROCES-VERBAAL

…………………………………. …………………………………

Mr. A.W. Spee mr. J. Brandt

Volledige tekst

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/618202 / KG ZA 21-900

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 15 oktober 2021

in de zaak van

[eiseres] te [plaats 1],

eiseres,

advocaat mr. J.A.M. Koorn-Harkema te Leiden,

tegen:

[gedaagde] te [plaats 1],

gedaagde,

advocaat mr. B. Wernik te Haarlem.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’.

Aanwezig is mr. J. Brandt, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A.W. Spee, griffier.

Verschenen zijn:

- de moeder in persoon, bijgestaan door mr. Koorn voornoemd;

- de vader in persoon, bijgestaan door mr. Wernik voornoemd.

Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.

1 De gronden van de beslissing

1.1.

Vaststaat dat partijen een affectieve relatie hebben gehad en dat zij samen de ouders zijn van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2018 te [plaats 2]. Partijen oefenen samen het gezag over [minderjarige] uit.

1.2.

Tussen partijen is de verdeling van de zorg over [minderjarige] in geschil.

1.3.

De moeder vordert in deze procedure, zakelijk weergegeven:

  • primair: een ordemaatregel te nemen waarbij de vader [minderjarige] voorlopig bij zich mag hebben een weekend per veertien dagen van vrijdagavond tot maandagmorgen, subsidiair een andere voorlopige zorgregeling te bepalen;
  • te bepalen dat de vader een dwangsom van € 250,-- verschuldigd is per dag dat hij deze regeling niet (volledig) nakomt;
  • te bepalen dat de vader de moeder dient te machtigen voor de nieuwe spaarrekening ten behoeve van [minderjarige];
  • de vader te veroordelen in de proceskosten.
1.4.

De vader voert verweer.

Voorlopige zorgregeling

1.5.

Partijen zijn het in grote lijnen eens over de zorgregeling, maar zij verschillen van mening over de verdeling van de zorg op de donderdagen (na de opvang) en de vrijdagen. Uitgaande van een zo gelijk mogelijke verdeling van de zorg, waarover partijen het ook altijd eens zijn geweest, zal de voorzieningenrechter in het belang van [minderjarige] de volgende voorlopige zorgregeling vaststellen, waarbij de voorzieningenrechter er reeds op heeft “voorgesorteerd” dat [minderjarige] in februari 2022 naar school zal gaan:

Week 1overdagavond/nacht
MaandagOp school / bij opa en omaBij moeder
DinsdagOp school / bij moederBij vader
WoensdagOp school / bij vaderBij vader
DonderdagOp school / bij de opvangBij moeder
VrijdagOp school / bij moederBij moeder
ZaterdagBij moederBij moeder
ZondagBij moederBij moeder
Week 2overdagavond/nacht
MaandagOp school / bij opa en omaBij moeder
DinsdagOp school / bij moederBij vader
WoensdagOp school / bij vaderBij vader
DonderdagOp school / bij de opvangBij moeder
VrijdagOp school / bij moeder tot 15.00 uurBij vader
ZaterdagBij vaderBij vader
ZondagBij vaderBij vader

Ingevolge deze regeling overnacht [minderjarige] bij beide ouders even vaak en is ook de zorg overdag evenwichtig verdeeld. Zolang [minderjarige] nog niet naar school gaat, is zij op vrijdag bij de moeder. In de week waarin zij het weekend bij de vader is, gaat [minderjarige] om 15.00 uur naar de vader. Zodra [minderjarige] naar school gaat, haalt de ouder bij wie [minderjarige] het weekend doorbrengt, [minderjarige] op vrijdag op uit school.

1.6.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan deze voorlopige zorgregeling een dwangsom te verbinden nu niet is gebleken dat de ouders deze regeling niet zullen nakomen.

Spaarrekening

1.7.

De moeder heeft ter zitting te kennen gegeven dat thans geen beslissing van de voorzieningenrechter nodig is over de spaarrekening van [minderjarige]. De voorzieningenrechter beschouwt deze vordering daarmee als ingetrokken.

De proceskosten

1.8.

Omdat partijen samen de ouders zijn van [minderjarige], zal worden bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

2 De beslissing

De voorzieningenrechter:

2.1.

stelt een voorlopige zorgregeling vast waarbij de zorg over [minderjarige] wordt verdeeld overeenkomstig het in 1.5. opgenomen schema;

2.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

2.3.

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

2.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

WAARVAN PROCES-VERBAAL

…………………………………. …………………………………

Mr. A.W. Spee mr. J. Brandt

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 30p Rv

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.