Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 2 december 2021

ECLI:NL:RBDHA:2021:13505Zaaknummer AWB21/4442

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 december 2021
Publicatiedatum
8 december 2021
Zaaknummer
AWB21/4442
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Buiten zitting. Gronden niet tijdig. Beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 2 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
  2. [eiser 1]
  3. Procesverloop
  4. Overwegingen
  5. Beslissing
  6. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 21/4442

Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1]

v-nummer [v-nummer eiser 1]

[eiser 2]

v-nummer [v-nummer eiser 2]

[eiser 3]

v-nummer [v-nummer eiser 3]

[eiser 4],

v-nummer [v-nummer eiser 4]

eisers

gemachtigde: mr. F.A. van den Berg

en

de staatssecretaris van Justitie en veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Eisers hebben verzocht om vrijstelling van het griffierecht vanwege betalingsonmacht. In wat eisers daarover naar voren hebben gebracht ziet de rechtbank aanleiding dat verzoek toe te wijzen.

3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in dat degene die beroep instelt moet vermelden op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank -na een herstelmogelijkheid- het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank laat de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege indien het niet aan eisers te verwijten valt dat de beroepsgronden niet of niet tijdig zijn ingediend.

4. Eisers hebben op 27 juli 2021 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Omdat het beroepschrift geen gronden bevat, is aan eisers bij brief van 5 augustus 2021 de gelegenheid geboden dit verzuim te herstellen binnen vier weken na de dag van verzending van die brief. De laatste dag waarop de gronden konden worden ingediend was 2 september 2021. Eisers hebben op 3 september 2021, dus na afloop van de termijn, de beroepsgronden ingediend.

5. Bij brief van 4 november 2021 is aan eisers de gelegenheid geboden zich over de (reden van de) termijnoverschrijding uit te laten. Op 12 november 2021 heeft de gemachtigde van eisers laten weten dat de beroepsgronden te laat zijn ingediend omdat zij zich een week verteld heeft. Een niet-ontvankelijk verklaring is volgens eisers onrechtvaardig omdat de gronden van het beroep maar één dag te laat zijn ingediend. Vanwege de aard van de zaak is het in het belang van eisers dat hun beroep inhoudelijk door de rechtbank wordt behandeld.

6. De rechtbank is van oordeel dat uit de door de gemachtigde van eisers genoemde feiten en omstandigheden niet kan worden afgeleid dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dat de gemachtigde een fout heeft gemaakt in de planning van haar werkzaamheden, komt voor haar rekening en risico.

7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 2 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.